Posterijen Groningen en Drenthe 

Fragment op de frontpagina van
"die Statuten en lantrechte van den lande van west-vrieslant"
 

In 1480 en in 1589 wordt er al melding gedaan van vaste stadsboden zonder geregelde werkdagen.

  • Postrit op Amsterdam

Op 27 april 1609 werd er een koopmansbode aangesteld voorde bodedienst op Amsterdam. Eens in de twee weken werd de route gereden: dinsdag heen en woensdag terug. In 1628 worden de reisdagen uitgebreid tot één keer per week. In de zomer werd er per schuit (over Lemmer?) gereisd en in de winter per wagen.

In 1660 kwam er op verzoek van de gedeputeerden van Drenthe een postdienst op ’s-Gravenhage. De koopmans-postmeester van Groningen was destijds J. Flugger. De route liep destijds van Groningen over De Punt, Yde, Assen, Anholt, Echten, De Wijk en Zwolle.

Gevelsteen  - Singel Amsterdam (rond 1600)

  • Postrit op 's-Gravenhage

Op 4 mei 1663 stelde werden er door Stad en Ommelanden vier  provinciale boden aangesteld op de route naar ’s-Gravenhage. In het begin werd deze route één keer per week en later twee keer per week afgelegd. Hierover werd op en neer evenals over die naar Amsterdam in twee dagen gedaan. Deze route per wagen liep over Assen, Beilen, De Wijk, Staphorst, Hasselt en verder per schuit naar Kampen en verder weer per wagen naar Amersfoort.

Op mei benoemde de stad haar eerst eigen postmeester, te weten J. Willems, die gerechtigd was tot het bezorgen van alle soorten brieven. Willems was één van de aangestelde boden uit 1663. Hij moest tweemaal per week op Zwolle rijden en een posthuis houden. Aan de brieven van de burgemeester en de raadsheren van Stad en Provincie werd postvrijdom toegekend. Verder bleven de rechten van de Amsterdamse en Groningse particuliere boden zolang als zij leefden gehandhaafd. Daarna verviel de route aan de Stadspostmeester.

In 1674 sloten de provinciale boden voor tien jaar met de Stadspostmeester een overeenkomst, waarbij het vervoer van de koopmansbrieven tegen een vaste vergoeding aan hem werden overgedragen.

In 1681 werd op verzoek van de vier provinciale boden bepaald dat per 1684 een onafhankelijke stadsbode werd aangesteld. Hij zou twee maal per week tegen vergoeding alle particuliere en koopmansbrieven van de provinciale boden bestellen op Zwolle, Utrecht en Amsterdam. De herenbrieven zou den kostenloos worden meegenomen. Verder zou hij een eigen posthuis oprichten.

In 1684 werd voor het laatst melding gedaan van de postmeester en twee koopmansboden. Later werd het bodeambt met het postmeesterschap verenigd.

Op 7 februari 1711 werd de postinstructie gewijzigd en werden de koopmansboden geheel onderworpen aan de stadsjudicature, dat hield in dat de boden nog slechts de herenbrieven behielden en het vervoer van de provinciale post geheel overging naar de stadsboden.

  •  

    Postrit op Zwolle

Op 21 januari 1737 werden de regelingen van hiervoor aangepast en bepaald dat de post tot Zwolle door Groningen werd vervoerd en na Zwolle door de Haagse postmeesters. De porten waren idem dito geregeld. Verder kreeg Groningen de postzakken van Emden over Groningen naar Amsterdam en retour te vervoeren.

  •  Postrit op Lemmer

Verder was er ook van Groningen naar Lemmer een wagendienst, die reed over De Punt, Norg, Veenhuizen, Heerenveen naar Lemmer. Op deze route mochten geen brieven worden vervoerd, die bestemd waren voor Amsterdam.

  • Postrit op Leeuwarden

De postrit Groningen-Leeuwarden was onder Fries beheer.

  • Postrit op Coevorden

De postwagenrit naar Coevorden ging door Drenthe over de route Zuidlaren, Gasteren, Rolde Grolloo, Schoonloo, Zweelo en Dalen. De port van Groningen naar Zuidlaren bedroeg 1 stuiver en naar de andere plaatsen 2 stuivers. In 1789 is dit vastgelegd in een Stadsreglement.

Bron: Geschiedenis van het Postwezen in Nederland vóór 1795 (blz. 511-518)