Posterijen in Oost-Friesland

Vóór 1699 waren er in Oost-Friesland slechts boden werkzaam. Echter in dat jaar werd een rijdende post opgericht tussen Aurich op Leer. Deze ging in 1747 over naar de Koninklijke Pruisische Post.
Omstreeks 1662 was al wel de postroute van Bremen over Oldenburg naar Oost-Friesland opgericht met kantoren in Jever en Aurich. Dit was een particulier postdienst die pas in 1800 overging aan de Hertog van Oldenburg.
Ondertussen waren er ook postkantoren opgericht in Emden, Leer, Aurich en Norden.
* Emden
Emden was vanaf de middeleeuwen al een vrij grote stad. Er was vanwege de geloofsovertuigingen veel personenverkeer tussen Stad Groningen en Emden. Verder had Emden destijds al een redelijke zeehaven.

Postiljon met paarden - pentekening van Otto Ubbelohde (1867-1922)
De post van Emden naar Groningen en Amsterdam, liep vanwege problemen met de Bisschop van Münster rond 1660 officieel over Delfzijl naar Groningen. Maar er waren in het geheim al in 1594 boden aangesteld op deze postroute. De Groningse Postmeester Johan Flugger kreeg vervolgens in 1660 ook toestemming om post te bezorgen bij andere postkantoren in Oost-Friesland en met toestemming van de postmagistraat van Amsterdam daar ook een kantoor in te richten voor het verzamelen van post richting Amsterdam. In 1676 werd de route over Delfzijl vanwege de hogere kosten opgeheven en weer verlegd naar Emden-Leer-Aschendorff-Lingen-Zwolle-Amsterdam.
Rond 1770 liep het wederom weer fout vanwege de kosten in Münster. De Koninklijke Pruisische Post verzocht de Groningse Postmeester akkoord te gaan om een postroute in te stellen van Emden-Ditzum-Weener- Lang Akkerschans- Winschoten naar Groningen. In 1771 kwam deze route gereed. Ook de brieven uit Oldambt die voorheen over Lingen naar Emden gingen werden nu via de nieuwe route vervoerd en omgekeerd.

Vouwbrief van Embden naar Groningen via Winschoten ( 1827)


Vouwbrief van Ditzum van 2 november 1823 over Holland naar Bordeaux via de route Emden naar Weener. "L.P.B.5.R." betekent: Lettre des Pays Bas 5 Région.
Er werd twee maal per week gereden. In Weener werd de post overgedragen aan de postiljon naar Winschoten. Het port werd bepaald op vier stuivers, waarvan ieder de helft kreeg. Van alle brieven van Hamburg over Emden via Groningen naar Amsterdam kreeg Groningen twee stuivers.
Van Emden naar Delfzijl voer dagelijks een beurtschip dat eerst clandestien ook brieven vervoerde, maar vanaf het eind van de 18-de eeuw hiertoe officieel werd gerechtigd.

Postwagen uit Pruissen rond 1730 (Bron: 150 Jaar Deutsche Briefmarken I)
Verder had Emden nog een postverbinding met Hamburg, Oldenburg, Bremen, leer Norden en Aurich.

Tussen Norden en Emden ligt het klein vissershaventje Greetsyle (zie handgeschreven postkenmerk). De vouwbrief is op 19/8/1823 verzonden naar Winschoten en is daar 27/8/1823 ontvangen. Er zal destijds een boderoute hebben gelopen tussen Greetsyl en Emden en vandaar met de postwagen via Weener naar Winschoten.
* Aurich
De postroute van Aurich naar Holland, Zwolle, Leeuwarden, Groningen, en Kampen liep via Meppen en Lingen en na 1771 over Weener en Winschoten. Verder waren er postroutes van Aurich over Lingen naar Wezel en Dusseldorff en verder ook naar Hamburg en oldenburg.
Verder waren er bodenposten op Norden, Witmund en Esens en een wagenpost naar Leer.

Vouwbrief van Aurich naar Norden (1820)
* Norden
Norden stond niet in directe verbinding met Holland en zond alle post per wagen naar Emden om vanaf daar verder vervoerd te worden. Norden had wel postroutes op Hamburg, Bremen, Aurich en Oldenburg.

Vouwbrief van Norden naar Winschoten (vóór 1830)
* Leer
De post uit Leer naar Holland ging over de rechter Eemsoever waar ook Oldersum aan lag via Leer en Lingen en die naar Groningen over Winschoten.

Vouwbrief van Emden naar Oldersum (aan de Eems0 - 1835
De routes overlapten elkaar tot Borwijk (bij Weener) waar de post naar Groningen werd overgedragen voor de postrit naar Winschoten. ’s Zomers ging de postwagen via de Beschotenweg en Bunde. In het najaar werd er omgereden over “Eichelwerk en Nuland”, omdat ’s winters de weg soms 4 à 5 maanden onbegaanbaar was. De post ging dan destijds via het water of werd over de klei getrokken.

Vouwbrief Weener naar Assen via Winschoten (1839)
Van Nieuweschans liep de weg verder over Ulsda, De Bult, Winschoterzijl, de Rensel op Winschoten. Ook deze route was ’s winters vaak slecht berijdbaar.
Van Winschoten ging het verder naar Scheemda waar de post per kar over de steenweg langs Zuidbroek via Hoogezand naar Groningen ging.

Snik of trekschuit aangemeerd in Groningen
De posterijen in Oost-Friesland werden in 1809 tijdelijk als de zesde departement bij die van het Koninkrijk Holland gevoegd.
Bron: Geschiedenis van het Postwezen in Nederland vóór 1795 (blz. 518 e.v.)
